Advertentie

Procurios StayUnited

Wat hebben fondsenwervers aan 'De meeste mensen deugen' van Rutger Bregman?

Kennis

4 februari 2020

Wat gebeurt er wanneer iedereen ervanuitgaat dat mensen van nature goed zijn en het goede willen doen? Dat onderzoekt schrijver en historicus Rutger Bregman in zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ dat onlangs is verschenen. Hij beargumenteert onder andere dat iets goeds doen besmettelijk werkt. Dit inspireerde vlogger Marije van der Made van het Youtubekanaal ‘Dit gebeurt er als’ om eind 2019 een maand lang goede daden te doen: bloed doneren bijvoorbeeld en eten met iemand die net in Nederland is komen wonen via stichting Welcome. Vervolgens ontstond er een sneeuwbaleffect onder haar volgers die zich ook spontaan gingen aanmelden als bloeddonor en bij Welcome. ‘Wie goed doet, goed ontmoet’ als wervingsmethode? Welke inspiratie kunnen fondsenwervers nog meer halen uit ‘De meeste mensen deugen’?

Rutger Bregman
Rutger Bregman © De Correspondent

door Joëlla Angenent

De 31-jarige Rutger Bregman heeft er al een behoorlijke carrière op zitten. Hij heeft inmiddels zeven boeken op zijn naam staan, waarvan ‘Gratis geld voor iedereen’ over het basisinkomen het meest bekend is. Dit boek werd vertaald in maar liefst dertig talen. Begin 2019 ging zijn speech op het World Economic Forum in Davos over belastingontduiking door miljonairs en grote bedrijven viral. In een zaal vol rijken pleitte hij ervoor om het eens echt te gaan hebben over belastingontduiking en te stoppen met praten over filantropie.

Tijdens het onderzoek voor en het schrijven van ‘De meeste mensen deugen’ werd Bregman uit allerlei hoeken bestempeld als een naïeveling en hippie. Hij kwam erachter dat het geloof dat de mens van nature egoïstisch is en onze beschaving maar een dun laagje dat zo weg kan vallen, diep verankerd zit in de maatschappij. Wie hier vanuit gaat is realistisch, want zo is het nou eenmaal. In zijn ruim vijfhonderd pagina’s tellende boek vol bronnen, voorbeelden en referenties pleit Bregman voor een nieuw soort realisme: dat de meeste mensen deugen. Waarom? Omdat als dit idee juist de standaard zou worden, mensen elkaar nog meer zouden helpen, gevangenissen hervormd kunnen worden, scholen niet meer zouden draaien om regels en gehoorzaamheid en de rechtstaat en democratie helemaal opnieuw ingericht kunnen worden. Dat is nogal wat. En het maakt ‘De meeste mensen deugen’ tot een boek waar iedereen weer iets anders uit kan halen.

Vernistheorie

Laten we eerst ingaan op de basis van het boek: de vernistheorie. Het idee dat mensen van nature egoïstisch, paniekerig en agressief zijn, wordt al honderden jaren door allerlei wetenschappers beweerd. Het was de visie van Niccolò Machiavelli, de grondlegger van de politieke wetenschap, van John Adams, een van de grondleggers van de Amerikaanse democratie en van Sigmund Freud, de grondlegger van de psychologie. Bioloog Frans de Waal noemt deze visie de ‘vernistheorie’. Bregman haalt deze theorie tientallen keren aan om hem vervolgens neer te sabelen. Zo was na orkaan Katrina in New Orleans in 2005 in verschillende media te lezen dat de stad weggleed in anarchie: mensen waren aan het plunderen, verkrachten en op elkaar aan het schieten. Later ontdekten verschillende wetenschappers, zoals van het Disaster Research Center van de Universiteit van Delaware, dat de overweldigende meerderheid van de reacties van de slachtoffers van de ramp juist sociaal was. Men hielp elkaar en gaf elkaar kleding en medicijnen. Dit komt overeen met het wetenschappelijke beeld van hoe mensen reageren op rampen: mensen reageren rustig, raken niet in shock en komen snel tot actie.

De grootmoedigheid van Scipio, Karel van Mander (I), 1600 Hier is een beroemd voorbeeld van edelmoedigheid en zelfbeheersing uit de oudheid voorgesteld. Na de verovering van Carthago geeft de Romeinse veldheer Scipio een jonge vrouw, die hem als oorlogsbuit toekwam, terug aan haar verloofde. Hij weigert zelfs de geschenken die haar ouders hem aanbieden. Met dank aan Rijksmuseum Studio

Karel van Mander (via Rijksmuseum Studio)

Naast verschillende rampen en oorlogen onderzocht Bregman ook een aantal beroemde experimenten die ervoor zorgden dat de vernistheorie leidend werd in onze samenleving. Het Stanford Prison Experiment uit 1971 bijvoorbeeld, waar een groep studenten de rol kreeg van gevangene en een andere groep de rol van bewaker. Wat zou er met deze normale studenten gebeuren als ze ineens de macht hadden over anderen als bewaker? Het experiment liep totaal uit de hand: de gevangenen werden vernederd, uit hun slaap gehouden en mishandeld. Het experiment van psycholoog Philip Zimbardo werd wereldberoemd en staat nog steeds in veel studieboeken. Toen Bregman in 2007 een nieuw boek van Zimbardo las over het experiment, begon hij te twijfelen aan de resultaten. Hij was niet de enige, de afgelopen jaren kwam er steeds meer bewijs van wetenschappers naar buiten waaruit bleek dat er van het experiment niets klopte: de bewakers kregen vooraf instructies over hoe ze zich moesten gedragen, een van de bewakers was ingezet door Zimbardo om de rest zoveel mogelijk tot het uiterste te drijven en het gedrag van een gevangene die helemaal gek leek te worden in de cel bleek geacteerd te zijn. Bovendien bleek twee derde van de bewakers niet mee te willen doen aan de sadistische spelletjes en bleef een derde ondanks alle druk aardig tegen de gevangenen.

Een ander wereldberoemd onderzoek: het schokexperiment van Stanley Milgram uit 1961. Proefpersonen waren ‘leraren’ die ‘leerlingen’ (die in een andere ruimte vastgebonden zaten) vragen moesten stellen en bij elk fout antwoord een stroomstoot moesten geven. In werkelijkheid werden er geen stroomstoten gegeven, maar dat wisten de proefpersonen niet. Het voltage werd steeds verhoogd, maar de proefpersonen bleven gewoon doen wat hun werd opgedragen. Maar liefst 65 procent ging zelfs door tot 450 volt. De wereld was verbijsterd: waren we tot zulke gruwelijke dingen in staat alleen maar omdat het ons werd opgedragen? Milgram presenteerde zijn onderzoek als ultieme verklaring voor de Holocaust. Maar ook hier bleek dat de assistenten die de proefpersonen vertelden dat ze op de knop moesten drukken waarmee de stroomstoot gegeven werd, hen zwaar onder druk zetten. Bovendien geloofde maar iets meer dan de helft van de proefpersonen dat ze ook echt iemand aan het martelen waren, de rest dacht dat het nep was en dat het onderdeel was van het onderzoek. Ze wilden Milgram en daarmee de wetenschap gewoon graag helpen.

Homo Puppy

Dat behulpzame karakter van de mens is iets dat Bregman in zijn boek uitgebreid analyseert en probeert te verklaren. Erg interessant om te weten als fondsenwerver en wellicht in gedachten te houden bij het ontwikkelen van campagnes. Hij beargumenteert namelijk dat de mens geëvalueerd is tot een vriendelijk en sociaal wezen dat met anderen continu spiegelt en alles doet om aardig gevonden te worden. Oftewel: de homo puppy. De basis hiervan is een Russisch experiment dat in 1958 begon waarbij agressieve zilvervossen werden gedomesticeerd door ze met de meest vriendelijke dieren door te fokken. Hiermee wilden de onderzoekers bewijzen dat het uiterlijk van gedomesticeerde dieren verandert: ze gaan er schattiger en kleiner uitzien en hebben kleinere hersenen. Twintig jaar later bleek deze theorie de realiteit. Het zette wetenschappers aan het denken: in vergelijking met neanderthalers zijn mensen ook kleiner, zien we er zachter en schattiger uit en hebben we kleinere hersenen. Zou er een verband zijn?

In 2013 ontdekte Brian Hare dat er een bijproduct zit aan het domesticeren van dieren: ze worden er intelligenter van. Dit zou kunnen verklaren waarom mensen zoveel slimmer zijn dan neanderthalers en nog steeds niet zijn uitgestorven. Volgens Hare is ons unieke vermogen om te blozen ook een bijproduct van domesticatie. Hierdoor laten we merken dat we geven om wat anderen van ons denken, dit schept vervolgens vertrouwen en hierdoor kunnen we beter samenwerken. Maar er zit ook een nadeel aan onze geëvalueerde natuur om bij de groep te willen horen en aardig gevonden te willen worden: het vermogen tot empathie. We kunnen ons ontzettend goed inleven in hoe mensen die dichtbij ons staan zich voelen. Maar dit zorgt er ook voor dat we blind raken voor het perspectief van onze vijanden of mensen die zich buiten ons blikveld bevinden. Hierdoor is de mens ook tot wrede dingen in staat, aldus Bregman.

Inspiratie

Interessant dat de mens wellicht een gedomesticeerde homo puppy is die anderen graag wil helpen en het liefst samenwerkt. Maar hoe kun je dit inzetten als fondsenwerver? Wellicht bezorgen de volgende voorbeelden uit ‘De meeste mensen deugen’ je de nodige inspiratie.

Onderzoeker Elinor Ostrom zette een database op van gemeenschappelijke projecten over de hele wereld zoals gedeelde akkers, gedeelde watervoorraden, gebruik van brandhout etc. Ze ontdekte meer dan 5000 voorbeelden van goed functionerende gezamenlijke plannen, zonder ruzies, regels of bemoeienis van de overheid. Voorwaarden hiervoor zijn onder andere een zelfstandige gemeenschap en effectieve sociale controle. Samen kun je dus veel bereiken, ook zonder bakken met geld.

In sommige gevallen kun je echter niet om geweld en radicalisme heen. Wat zou er gebeuren als je dit negatieve asociale gedrag vervolgens compleet negeert? Bregman vertelt over hoe er in de jaren zeventig in Nederland werd omgegaan met zwaar geweld van extreemlinkse terroristen. De politie maande de media om er terughoudend over te berichten en er werd niet gereageerd met veiligheidsmaatregelen. De terroristen kregen niet het podium waar ze op hoopten. Hierdoor kon er achter de schermen effectief gewerkt worden om het geweld te stoppen. Dit werkte ontzettend goed: de beweging werd langzaam steeds verder ontmanteld.

Een ander voorbeeld hiervan is de sponsorloop die georganiseerd werd in het Duitse Wunsiedel, dat elk jaar in een bedevaartsoord verandert voor nazi’s, op de sterfdag van een van Hitlers handlangers die daar begraven ligt. In plaats van kwaad te worden op de nazi’s (en ze zo een podium te geven waardoor er nog meer extremisten gerekruteerd worden), besloten de inwoners tien euro te doneren voor elke meter die de nazi’s marcheerden aan EXIT-Deutschland. Dit is een organisatie die mensen helpt extreemrechtse groeperingen te verlaten. Deze ‘sponsorloop’ was bedacht door de oprichter van EXITDeutschland en was een schot in de roos: er werd 20.000 euro opgehaald.

Nog een voorbeeld: het reclamebureau MullenLowe bedacht in 2010 een zeer succesvolle campagne om leden van het Colombiaanse guerrillaleger FARC over te halen om uit de beweging te stappen. Ze interviewden honderden ex-strijders en kwamen erachter dat zij ook maar gewoon mensen waren die hun familie misten. Vooral rond kerst was het aantal deserteurs hoger. Daarom besloten ze om met een helikopter tweeduizend ledlichtjes op de bomen te droppen die werden geactiveerd wanneer er iemand voorbij zou lopen. Een kerstboom in de jungle dus. Met daaraan een banner met de woorden: ‘Als kerst naar de jungle kan komen, dan kun jij ook naar huis komen. Leg je wapens neer. Met kerst is alles mogelijk’. Maar liefst 331 guerrillero’s gaven de strijd op.

Van empathie naar compassie

Bregman eindigt zijn boek met een aantal leefregels waar je als goed doel - als je die bij mensen kunt triggeren slim gebruik van kunt maken. ‘Temper je empathie, train je compassie’ bijvoorbeeld. Zoals al eerder naar voren kwam, voel je vooral empathie voor mensen die dichtbij je staan en waarmee je je kunt identificeren. Bovendien neem je in een staat van empathie gemakkelijk de emoties van anderen over en dat is ontzettend vermoeiend en verlammend. Uit onderzoek blijkt dat compassie - een staat waarin je warmte en liefde voelt voor een ander, maar niet in zijn of haar schoenen gaat staan - veel constructiever is. Het helpt je om leed van anderen te zien en vervolgens in actie te komen. Compassie geeft energie. Een staat die je als fondsenwerver kunt proberen op te roepen in campagnes.

Bregman’s vijfde leefregel ‘Probeer de ander te begrijpen, ook als je geen begrip hebt’, gaat in op het gebruik van onze ratio. Je hersenen gebruiken om toch begrip op te brengen voor anderen of hun ideeën omdat dat nu eenmaal slimmer is. Bijvoorbeeld criminelen veel vrijheid geven en zoveel mogelijk als normale mensen behandelen in de gevangenis omdat zij hierdoor een ontzettend laag recidivecijfer krijgen. We hebben ook onze ratio nodig bij het onderdrukken van ons verlangen om aardig te zijn. Hierdoor houden we namelijk onze mond als we onrecht zien, omdat we niet vervelend willen zijn. Mensen die wel vervelend ‘durven’ zijn, heb je hard nodig bij goede doelen.

‘De meeste mensen deugen’ inspireert en zet je aan het denken. De dikke pil leest makkelijk weg en wie zich nog verder wil verdiepen in bepaalde onderzoeken of experimenten kan bovendien nog verder lezen via de vele voetnoten. Een must-read voor fondsenwervers.’

En tot slot misschien nog wel de meest interessante leefregel: ‘Schaam je niet voor het goede’. Psychologen ontdekten dat mensen de neiging hebben om egoïstische nepredenen te verzinnen als ze iets goeds doen, zoals doneren aan een goed doel. ‘Ach, ik had het geld toch niet nodig’, bijvoorbeeld. Maar als je het goede geheimhoudt of jezelf vermomt als egoïst, versterkt dat het cynische mensbeeld alleen maar. Bovendien ben je geen goed voorbeeld voor anderen. En het goede kan besmettelijk zijn. Dit blijkt onder andere uit een experiment dat twee Amerikaanse psychologen in 2010 deden. Ze organiseerden een spel waarbij je geld moest inzetten en ook een vrijwillige bijdrage kon geven. Iedereen werd in elke ronde ingedeeld in groepjes van vier met telkens andere mensen. Wanneer iemand één dollar extra in de pot deed in de eerste ronde, bleken de andere deelnemers uit die groep in de volgende ronde gemiddeld 20 cent extra te geven. Ook al speelden ze dus met andere mensen. In totaal werd de gift van één dollar hierdoor meer dan verdubbeld. Een sneeuwbaleffect dus, net zoals het initiatief om een maand lang goede daden te doen van vlogger Marije van der Made.

--
Een versie van dit artikel verscheen ook in het Vakblad fondsenwerving van 28 januari 2020.
Meer over Boek Fondsenwerving Vf 22-1 De Meeste Mensen Deugen Homo puppy Marije van der Made Recensie Rutger Bregman

Joëlla Angenent

Joëlla is eigenaar van tekstbureau Jotexto, waar ze in opdracht voor bedrijven en websites creatieve ideeën uitwerkt tot journalistieke en commerciële teksten. Ze behaalde in 2008 haar Bachelor Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, waarna ze ook een Master Journalistiek afrondde. Voor de oprichting van Jotexto werkte ze onder andere voor regiotitels van de Holland Media Combinatie, waar ze zich ook met vormgeving, fotografie en sociale media bezighield.

Close