Advertentie

Procurios StayUnited

‘Te belangrijk om te falen’: overleven alleen de sterke en flexibele non-profits de pandemie?

Commentaar

13 oktober 2020

De COVID-19 pandemie blijkt een enorme catastrofe te zijn. Bovenop het tragische verlies van zo veel levens en het gevecht van de mensen die herstellende zijn van de ziekte, zijn de sociale en economische consequenties onthutsend. Het Internationaal Montair Fonds (IMF) voorspelde in juni dat het wereldwijde bruto nationaal product (BNP) met 4,9 procent zal krimpen in 2020; wat de grootste inzinking sinds de ‘Great Depression’ van de jaren 30 van de vorige eeuw zou betekenen. Ook vreest het World Institute for Development Economics Research (WIDER) van de United Nations University dat meer dan een half miljard mensen de armoede in worden gedrukt. 

Beeld ter illustratie.
Beeld ter illustratie. © Shutterstock // VectorMine

door Gastauteur

Geschreven door: Jorge Hernando en Daryl Upsall, 4 september 2020

Vrij vertaald door: Marijn Thijs

--

Doen overheden genoeg om de goededoelensector te steunen?

Het werk van non-profits kan hierbij niet van groter belang zijn. Waar we ook kijken zijn het de non-profits die cruciale hulp verlenen door niet alleen te zorgen voor de zieken, maar ook de maatschappij te helpen de verdere verspreiding van de ziekte te stoppen en de negatieve sociale gevolgen van de crisis te verzachten.

Maar krijgen de non-profits de hulp die ze nodig hebben om hun missie voort te kunnen zetten? Het is duidelijk dat op sommige plekken een buitengewone mobilisatie van donoren plaatsvindt om de pandemie aan te pakken. Volgens Candid en het Center for Disaster Philanthropy hebben fondsen en bedrijven in de Verenigde Staten tot en met juli 11,9 miljard dollar aan COVID-gerelateerde doelen gedoneerd. Daarbij vallen de opbrengstcijfers van andere grote rampen, zoals de 342 miljoen dollar die in de nasleep van de orkaan Harvey werd opgehaald, in het niet.

‘Alles wat wij over de hele wereld zien en horen bewijst dat het publiek consequent is blijven geven aan non-profits die op de goede manier en via de goede kanalen om bijdragen gevraagd hebben… mits het publiek is gevraagd,’ zegt Daryl Upsall. ‘De non-profits die de afgelopen zeven maanden niet om bijdragen hebben gevraagd, zijn nu de organisaties die het grootste risico lopen om te vallen.’

Vraag, aanbod en teruglopende inkomsten

Toch zien non-profits hun inkomsten teruglopen, omdat er meer vraag naar hun diensten is. Veel goede doelen hebben moeite om hun activiteiten door te zetten, bijvoorbeeld omdat face-to-face fondsenwerving en evenementen zijn opgeschort, liefdadigheidswinkels zijn gesloten of doordat donateurs hun vaste donatie opzeggen als gevolg van persoonlijke financiële problemen.

Upsall: ‘Het is duidelijk dat, als het gaat om de overlevingskracht van veel non-profits na de coronacrisis, hun grootte ertoe doet. De afgelopen twintig jaar heb ik geloofd in de Darwinistische toekomst voor de sector, waarbij de grote internationale non-profits groter worden en de kleinere langzaam verdwijnen. Ik voorspelde - misschien controversieel - een toekomst van fusies en overnames, waarbij ik bewust gebruik maakte van de taal van het bedrijfsleven. COVID-19 heeft dat proces over de hele wereld versneld. Daryl Upsall & Associates (DUA) krijgt veel meer aanvragen van non-profits om uit te breiden door fusies dan om te fuseren, en deze trend zal aankomend jaar alleen maar verder toenemen.’

Daryl Upsall.

Financiële moeilijkheden

Een voorbeeld: in een recente enquête onder 116 bij Bond aangesloten organisaties (een organisatie die 435 Britse ngo’s in internationale ontwikkeling vertegenwoordigt), gaf 70 procent aan de aankomende maanden financiële moeilijkheden te verwachten. 43 procent dacht dat ze de komende zes maanden niet zouden overleven.

Hoewel filantropische donaties belangrijker dan ooit zijn om de activiteiten van onze duizenden goede doelen in de lucht te houden, is het ook duidelijk dat de tussenkomst van overheden nodig is om te voorkomen dat de onschatbare diensten van non-profits verdwijnen.

‘Ik voorspel dat in de meeste landen ongeveer 25 tot 30 procent van actieve non-profits financieel weggevaagd worden als gevolg van COVID-19,’ zegt Upsall. ‘Het meest kwetsbaar zijn de organisaties met onvoldoende reserves, slechte en besluiteloze leiding en organisaties die te sterk afhankelijk zijn van bepaalde wervingskanalen, zoals winkels, evenementen of face-to-face fondsenwerving. Desalniettemin komen, ondanks COVID-19, sommige grotere internationale non-profits juist sterker naar voren, omdat ze snel waren met het aanpassen en verschuiven van middelen naar de meest winstgevende fondsenwervende kanalen en markten.’

Overheidssteun voor de ‘Third sector’?

Sommige overheden hebben de uitdagingen voor de goededoelensector op zijn minst een beetje erkend. In het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft de overheid 750 miljoen pond (828 miljoen euro) beschikbaar gesteld voor non-profits die zich tegen het coronavirus inzetten, bovenop de 150 miljoen pond (165 miljoen euro) die beschikbaar gesteld is vanuit zogenaamd ‘slapende’ rekeningen van banken en financiële instellingen. Ook in Oostenrijk, Ierland en Canada zijn soortgelijke, specifieke fondsen opgezet.

Het valt echter nog te bezien of de bedragen voldoende zullen zijn om te voorkomen dat organisaties hun werk moeten neerleggen. In het VK heeft minister van Cultuur Oliver Dowden vragen gekregen over de grootte van het fonds en of die het inkomstentekort van non-profits zal compenseren, terwijl brancheverenigingen binnen de ‘Third sector’ meer noodfinanciering eisen van minister van Financiën Rishi Sunak om de crisis te overleven.

In landen als Nederland heeft de belangenbehartiging van de Third sector ertoe geleid dat non-profits zijn opgenomen in tijdelijke regelingen die door de regering zijn opgezet om de economische impact van de pandemie te verlichten (zoals loonsubsidiemechanismen en leningen met staatsgarantie). Hoewel liefdadigheidsinstellingen in Frankrijk, Canada, de Verenigde Staten of Brazilië in principe toegang hebben tot deze regelingen, eisen de vertegenwoordigende organen van de Third sector van die landen specifieke gelden voor non-profits, omdat de bestaande maatregelen volgens hen ontoereikend zijn. Sommige goede doelen hebben bijvoorbeeld geen werknemers omdat de taken door vrijwilligers uitgevoerd worden, waardoor ze niet in aanmerking komen voor loonsubsidie.

Save the Children ging als eerste met een rode loper weer langs de deuren.

Upsall: ‘Om een idee te geven van de grootte van de sector in bijvoorbeeld de VS: non-profits hebben ongeveer 12,5 miljoen werknemers, meer dan in de financiële-, bouw- en productiesectoren. Het is duidelijk noodzakelijk dat er meer staatssteun voor de sector in deze markten komt. 72 procent van Amerikaanse non-profits verwacht minder geld op te halen in 2020, terwijl slechts 12 procent meer opbrengst verwacht. In buurland Canada zijn die percentages vergelijkbaar: 68 procent verwacht minder opbrengst en maar 13 procent meer.’

Third sector heeft op maat gemaakte steun nodig

Bovendien, wanneer het gaat om leningen met staatsgarantie, garanderen overheden vaak niet het totale bedrag van de lening, en dus zijn liefdadigheidsinstellingen begrijpelijkerwijs terughoudend om op zo’n onzeker moment verplichtingen aan te gaan. Zelfs als zij een lening aanvragen worden non-profits in het VK soms geweigerd bij geaccrediteerde kredietverstrekkers, ook al voldoen ze wel aan de eisen. Deze voorbeelden laten de unieke aard van de Third sector zien, en hoe deze op maat gemaakte oplossingen van de overheid nodig heeft.

‘Tijdens de pandemie hebben we gezien dat de slimste en flexibelste non-profits hun fondsenwervende praktijken sneller kunnen draaien. Zij zetten hun investeringen tijdens de zwaarste periode van lockdown snel om van face-to-face fondsenwerving naar telefonische of digitale fondsenwerving en DRTV, met recordbrekende resultaten als gevolg. Zelfs tijdens de slechtste maanden van de lockdown, van het Verenigd Koninkrijk tot Hong Kong.' Sindsdien hebben organisaties de inzet van hun middelen ook weer teruggedraaid naar face-to-face fondsenwerving, zij het met extra coronamaatregelen. Het resultaat: sommige organisaties zagen het hoogste aantal face-to-face aanmeldingen ooit, zo ook bijvoorbeeld Save the Children in Nederland.

Concluderend: de noodzaak om de Third sector te steunen is profetischer dan ooit. Terwijl filantropie in haar verschillende vormen cruciaal zal blijven om non-profits en hun transformatieve activiteiten in stand te houden, is ook de rol van de overheid belangrijker geworden. In tijden van corona, lockdowns en stevige economische recessie moet de publieke sector innovatieve financieringsmechanismen ontwikkelen om non-profits te laten overleven. Veel zal afhangen van de ongelijke impact die het coronavirus heeft op verschillende landen, op de relatieve capaciteit van de Third sector om zichzelf te mobiliseren en politieke eisen op te stellen, en op de vrijmoedigheid van beleidsmakers als het om de bescherming van onze goede doelen gaat.

Het Britse Institute of Fundraising en andere sectororganen hebben onvermoeibaar gewerkt aan de lobby bij de nationale overheid, het behouden van de positie van de non-profit sector aan het hoofd van de publieke agenda en het bieden van praktische ondersteuning aan non-profits en individuele fondsenwervers. Bovendien zijn nieuwe bewegingen als Never More Needed ontstaan, omdat ‘in de strijd tegen het coronavirus, goede doelen niet eerder zo belangrijk zijn geweest – voor de wezenlijke support die zij verzorgen in tijden van crisis en verder, en hoe zij onze maatschappij verbeteren.’ Never More Needed heeft een vijfpuntenplan uitgegeven aan de Britse Minister van Financiën.

‘Helaas gedragen overheden over de hele wereld zich in deze COVID-19-tijd waarin we leven als ‘een man die van alles de prijs, maar van niets de waarde kent’’, citeert Upsall uit Lady Windermere’s Fan van Oscar Wilde. ‘Pas wanneer we een groot deel van onze Third sector kwijt zijn, zullen we ons realiseren wat we hadden, en wat haar waarde voor de maatschappij was.’

Over de auteurs:

Jorge Hernando is onderzoeker bij Daryl Upsall & Associates (DUA). Hernando behaalde een MSc. in Ontwikkelingsstudies aan de SOAS, University of London. Hij gebruikt zijn analytische en communicatieve vaardigheden om de consultants van DUA te voorzien van de informatie die zij nodig hebben om het beste advies aan haar klanten te geven.

Daryl Upsall is algemeen directeur van Daryl Upsall & Associates en Daryl Upsall Consulting International. Met meer dan 36 jaar ervaring in het succesvol opzetten en beheren van fondsenwerving, communicatie en belangenbehartiging voor meer dan 230 non-profits in 62 landen, staat Upsall bekend om zijn internationale leiderschap en innovatie in fondsenwerving, en zijn rol als internationale ambassadeur voor fondsenwerving als beroep.

Meer over Financiën Goede Doelen Overheid Non-profit Coronavirus CoVid-19 Marktonderzoek Daryl Upsall Jorge Hernando Third Sector Vf 22-5
Close