Advertentie

Aanmelden voor de Nationale Vakdag Fondsenwerving 2019

"Besloten register donateursgegevens verhoogt transparantie"

Opinie

11 maart 2019

Er is al veel gezegd en geschreven over het conceptwetsvoorstel 'Transparantie maatschappelijke organisaties' van minister Sander Dekker, ook op de site van het Vakblad fondsenwerving. Nu doet Maiko van Bakel, PwC-expert maatschappelijke organisaties en promovendus Tilburg University, met een blog op de website van PwC een duit in het zakje. Volgens hem is er een alternatief om het doel van de minister te bereiken.

Maiko van Bakel.
Maiko van Bakel. © Maiko van Bakel

door Gastauteur

De Nederlandse goededoelensector is bezorgd dat het conceptwetsvoorstel ‘Transparantie maatschappelijke organisaties’ van minister Sander Dekker doorslaat in supertransparantie. Een beter alternatief, waarmee de wetgever zijn doel kan bereiken, de vrijheid en de bescherming van het individu intact laat en het geefklimaat minder aantast, is voorhanden: een besloten register voor bevoegde autoriteiten, zoals het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst.

Donateursgegevens voor iedereen toegankelijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Transparantie maatschappelijke organisaties’ wil donateursgegevens voor iedereen toegankelijk maken en daarmee de transparantie van binnenlandse en buitenlandse geldstromen – met name vanuit onvrije landen – naar Nederlandse maatschappelijke organisaties vergroten. Concreet dient elke stichting, vereniging, (onderdeel van een) kerkgenootschap of vergelijkbare buitenlandse rechtsvorm gegevens openbaar te maken van elke donatie van ten minste € 15.000 per boekjaar. Naast de hoogte van het bedrag gaat het onder meer om de naam en de woonplaats van de donateur.

Hoewel ik begrip kan opbrengen voor het doel van de maatregel, plaats ik vraagtekens bij het gekozen middel. Vooral door de tekortschietende beoordeling van het wetsvoorstel aan het privacygrondrecht en de verhouding van het wetsvoorstel tot het kabinetsbeleid en de lopende herziening van de fiscale geeffaciliteiten.

Maatregel holt privacygrondrecht (verder) uit

Het conceptwetsvoorstel past in een steeds langere rij maatregelen waarin het privacygrondrecht van burgers het onderspit delft. Net als bij de implementatie van een openbaar register voor uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) is het zeer twijfelachtig in welke mate het openbaar maken van donaties een bijdrage levert aan de effectiviteit en het bereiken van zijn doel.

Het voorstel leidt ertoe dat persoonlijke informatie over donateurs naar buiten wordt gebracht. Zo’n inbreuk op privacy is alleen toegestaan als de maatregel een aantal stevige toetsen doorstaat. Een van deze toetsen is dat het gekozen middel in evenredige verhouding moet staan tot het beoogde doel (proportionaliteitsbeginsel). De wetgever dient hiertoe het middel te kiezen dat het privacygrondrecht het minst aantast. Dit heet het zogenoemde subsidiariteitsbeginsel. In de toelichting ontbreekt de toetsing aan het subsidiariteitsbeginsel, terwijl de minister wel verplicht is dit onderzoek te verrichten en de resultaten voor burgers inzichtelijk te maken.

Maatregel staat haaks op kabinetsbeleid

Het openbaar maken van donateursgegevens staat daarnaast haaks op het – meermaals in het Regeerakkoord en tijdens de lopende herziening van de fiscale ANBI- en giftenaftrekregeling benadrukte – beleid van het kabinet om het geefklimaat te stimuleren. Openbaarmaking zou zelfs contraproductief kunnen werken. Zo zal een goedwillende gever bij een openbaar register waarschijnlijk op zoek gaan naar andere geefmogelijkheden (bijvoorbeeld het opknippen van de donatie om onder de jaarlijkse € 15.000 grens te blijven) of besluiten helemaal niet te schenken. Een kwaadwillende donateur zal zich vermoedelijk eerder bewust zijn van de risico’s van ontdekking als de lijst openbaar is dan wanneer deze besloten is.

Besloten register beter alternatief

Als de minister de maatregel zou toetsen aan het subsidiariteitsbeginsel en deze meer in verhouding tot het kabinetsbeleid en de lopende herziening van de fiscale geeffaciliteiten zou brengen, zou hij al snel inzien dat er een minder ingrijpend middel bestaat om zijn doelstelling te bereiken: de invoering van een besloten register dat alleen toegankelijk is voor bevoegde autoriteiten, zoals het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Zij zijn uitgerust met de bevoegdheden om maatregelen te treffen aan de hand van via het register verkregen informatie.

Een besloten register sluit aan bij een eerdere suggestie van het kabinet dat goede doelen informatie over ontvangen giften verplicht gaan delen (renseigneren) met de Belastingdienst. Giften zijn hierdoor eenvoudiger in de aangifte te verwerken, waardoor belastingplichtigen minder fouten maken en de Belastingdienst minder hoeft te controleren. Ook weten donateurs vooraf of hun giften daadwerkelijk aftrekbaar zijn. Dit gemak zou kunnen leiden tot meer giften, wat weer in het belang is van de goede doelen.

Voor organisaties waarbij de kans op onwenselijke beïnvloeding vanuit onvrije landen te verwaarlozen of op een andere manier voldoende transparant is, is het bij invoering van een register essentieel vrijstellingen in te voeren. Denk aan ANBI’s vanwege de bestaande elektronische publicatieplicht en het toezicht van de Belastingdienst en semipublieke instellingen (onderwijs, zorg en woningcorporaties) die aan sectorspecifieke wet- en regelgeving en governancecodes moeten voldoen.

Minister Dekker, luister naar de duidelijke oproep uit de goededoelensector en voorkom dat we doorslaan in supertransparantie. Een besloten register voor bevoegde autoriteiten is voldoende transparant om uw doel te bereiken, de vrijheid en de bescherming van het individu intact te laten en het geefklimaat minder aan te tasten.

De PwC-reactie op de internetconsultatie vindt u hier.