Advertentie

Advertentie

Advertentie

Staatssecretaris Mona Keijzer niet van plan goede doelen tegemoet te komen

Wet- en Regelgeving

28 mei 2019

Goede Doelen Nederland, Nederland Filantropieland en DDMA hebben in maart Staatssecretaris Mona Keijzer in kennis gesteld van hun gezamenlijke standpunten m.b.t. de voorgenomen beperkingen in de klantrelatie. Ze verzetten zich tegen de plannen van het kabinet om telemarketing te verbieden, tenzij consumenten vooraf expliciet aangegeven dat zij gebeld mogen worden, de zgn. opt-in. Het Bel-me-nietregister zou dan vervallen.

Staatssecretaris Mona Keijzer niet van plan goede doelen tegemoet te komen.
Staatssecretaris Mona Keijzer niet van plan goede doelen tegemoet te komen.

door Jaap Zeekant

Ze roepen de staatssecretaris op de goede doelen een uitzonderingspositie te geven. In de position paper ‘Goede doelen verdienen een bijzondere positie’ wijzen de drie brancheorganisaties op het enorme maatschappelijk belang van de goede doelen, ‘die een onmisbaar element zijn voor onze samenleving’. Ook geven ze aan dat de inkomsten van alleen al de top 50-goede doelen door de nieuwe wetgeving met bijna € 100 miljoen zullen afnemen. Het belang van telefonische werving van fondsen en vrijwilligers wordt krachtig onderstreept, terwijl tevens wordt aangegeven dat ‘de goededoelensector een rijke historie in zelfregulering heeft’. Deels in de bijlage wordt het pleidooi voor de uitzondering op de opt-in onderbouwd met rekenvoorbeelden en praktijkvoorbeelden van enkele grote goede doelen. Bovendien wordt er op gewezen dat de ePrivacy Verordening, waar het in deze kwestie over gaat, de ruimte biedt voor die uitzonderingspositie.

Verder stellen ze: ‘Na invoering van de opt-in voor telemarketing moeten organisaties toestemming krijgen van de burger voor het gebruik van het telefoonnummer. Of het nu gaat om commerciële of ideële doeleinden. Commerciële organisaties hebben allerlei mogelijkheden om consumenten te verleiden om die toestemming te geven, bijvoorbeeld door gratis dienstverlening of kortingen aan te bieden. Goede doelen hebben deze mogelijkheid niet. Zij hebben niets anders te bieden dan een ‘goed gevoel’. Goede doelen worden door een opt-insysteem enorm beperkt in hun mogelijkheden om in contact te komen met potentiële donateurs en vrijwilligers.’

De sector zal faciliteren dat de consument in één keer van zijn recht van verzet jegens telemarketing door alle goede doelen gebruik kan maken

Kennelijk is het niet uitgesloten dat de staatssecretaris tot een zo beperkte definitie van de klantrelatie wil komen, dat fondsenwervende instellingen zonder toestemming vooraf, zelfs hun eigen vrijwilligers en collectanten, niet meer mogen bellen. Ook hiertegen komen de drie in het geweer: ‘Bedrijven en organisaties kunnen hun klanten wel telefonisch benaderen zonder ontdubbelen met het Bel-me-niet-register en naar verwachting na het opt-inregime ook nog zonder toestemming. Een minder vergaande variant voor de nieuwe wetgeving is om opt-in ook van toepassing te laten zijn op de goededoelensector, maar daarbij een ruimere definitie te hanteren voor het begrip ‘klantrelatie’ dan die vandaag wordt gehanteerd. Goede doelen hebben niet alleen een ‘klantrelatie’ met donateurs die een financiële bijdrage leveren. Er zijn vele vormen van het steunen van goede doelen bijvoorbeeld tijd beschikbaar stellen om als vrijwilliger of collectant aan de slag te gaan. Bij een verruiming van het begrip klantrelatie kunnen goede doelen ook zonder toestemming met deze groepen contact opnemen.’

Rechten consument voorop

De brancheorganisaties stellen de rechten van de consument nog boven het belang van de doelstellingen van de maatschappelijke organisaties: ‘De rechten van de consument staan voorop. De goededoelensector heeft veel oog voor mogelijke irritatie door fondsenwerving onder consumenten. De sector heeft dan ook een aantal uitgangspunten gedefinieerd om mogelijke maatschappelijke bezwaren bij de gewenste uitzonderingspositie tegemoet te komen. De goededoelensector zal zich inzetten voor de aanpassing van de zelfregulering voor telemarketing en zich er hard voor maken dat ook goede doelen en hun telemarketingbureaus aantoonbaar in lijn met de wetgeving en de zelfregulering blijven werken; er wordt daarvoor onafhankelijk toezicht georganiseerd. Er wordt een termijn op de klantrelatie gesteld van vijf jaar na de laatste gift of de laatste inspanning in de vorm van tijd. De waarborgen hieroverzijn in lijn met de vereisten uit de nieuwe code telemarketing.’

Opvallend is dat de drie vertegenwoordigers van de goededoelensector ook voorstellen dat er voor de consumenten een ‘exit button voor goede doelen’ komt: ‘Consumenten moeten zich, naast het recht van verzet, ook eenvoudig kunnen verschonen van telemarketing door alle goede doelen. De sector zal faciliteren dat de consument in één keer van zijn recht van verzet jegens telemarketing door alle goede doelen gebruik kan maken. Hij hoeft zich dan niet af te melden bij ieder doel afzonderlijk. Zowel DDMA als Goede Doelen Nederland hebben veel ervaring met het faciliteren van opt-out voor consumenten. Consumenten kunnen zich dus laagdrempelig blijven afmelden. DDMA en Goede Doelen Nederland zullen ook de voorlichting van consumenten op zich nemen en mogelijke meldingen en klachten behandelen.’ Voor het ter perse gaan van dit nummer werd bekend dat de staatssecretaris momenteel niet voornemens is het pleidooi van de goededoelensector te honoreren met een uitzonderingspositie.

De volledige position paper kan gedownload worden via vakbladfw.nl/positionpaper.

Gerelateerde berichten

Jaap Zeekant

Hoofdredacteur Vakblad fondsenwerving

Jaap is hoofdredacteur van Vakblad fondsenwerving, waarvan hij – ruim twintig jaar geleden - ook oprichter is. Jaap heeft meer dan veertig jaar ervaring met alle facetten van de professionele fondsenwerving. Hij was nauw betrokken bij de oprichting van wat tegenwoordig Nederland Filantropieland is en Goede Doelen Nederland.