Financiering in cultuurbeleid moet beter

Kort & Goed

4 maart 2019

De Raad voor Cultuur, het wettelijke en onafhankelijke adviesorgaan van regering en parlement op het terrein van kunst, cultuur en media, kwam op 28 februari 2019 met een advies over de financiering van cultuur. Daarin stelt de raad onder meer voor een revolverend investeringsfonds op te richten en hiervoor een kwartiermaker aan te stellen. 

Het museumplein in Amsterdam, met links het Van Gogh Museum en in het midden het Rijksmuseum.
Het museumplein in Amsterdam, met links het Van Gogh Museum en in het midden het Rijksmuseum. © TonyV3112 / Shutterstock.com

door Redactie Vf

Dit fonds zou culturele instellingen en individuele makers moeten ondersteunen die projecten met een terugverdienpotentieel willen (voor)financieren. Zo zou het fonds, aldus de Raad, een rol kunnen spelen bij de totstandkoming van interdisciplinaire locatieprojecten, toegankelijke dansproducties, artistiek uitdagende musicals of prikkelende ontwerpprojecten die nog geen stevig track record hebben als het om de terugverdiencapaciteit gaat. De Raad: 'Sinds de ingrijpende bezuinigingsronde in 2011 is de cultuursector voortdurend op zoek naar alternatieve financieringsmiddelen. En hoewel de resultaten van diverse experimenten op dit gebied veelbelovend zijn, zijn de opgehaalde bedragen tot nu toe bescheiden.' Volgens de Raad heeft de sector daarom een aanvullend instrumentarium nodig dat nieuwe financieringsbronnen kan aanboren en het ondernemerschap een stevige impuls geeft.

De raad constateert verder in zijn advies dat de cultuursector de afgelopen jaren, dankzij een gezonde financieringsmix, de risico’s beter weet te spreiden. Hij is positief over de toename van minder gebruikelijke instrumenten zoals cultuurleningen, matching en crowdfunding. Tegelijkertijd stelt de raad vast dat nieuwe financieringsbronnen geen garantie zijn voor succes en dat de inbreng van privaat geld in culturele producties weliswaar is gestegen, maar nog altijd relatief klein in vergelijking met de subsidies van gemeenten, provincies en het Rijk. De raad wil dat daarom er meer reclame wordt gemaakt voor de Geefwet, die het schenken aan cultuur fiscaal aantrekkelijk maakt.

De recente experimenten met alternatieve financieringsinstrumenten bieden volgens de raad voldoende perspectief voor een breder instrumentarium dat de overheid kan gebruiken. De raad wil dat in het cultuurbeleid meer ruimte wordt gemaakt voor een financieringsstrategie waarin de overheid onder meer via fiscale regelingen, matching en versterking van de ondernemerschapsvaardigheden door 'capacity building', een structurele bijdrage levert aan solide financieringsmogelijkheden. Ook stelt de Raad voor Cultuur: 'De rol van het Rijk daarbij is het inrichten van een systeem dat kunstenaars en culturele instellingen toegang geeft tot duurzame financiering. Provincies en gemeenten leveren een directe bijdrage, via subsidies en garanties, maar kunnen lokaal met hun vastgoedbeleid ook inspelen op de vraag naar betaalbare werkruimtes en ateliers. De raad pleit daarom voor een integraal beleid met meer afstemming tussen de diverse overheden.'

Lees hier het advies.