Ben jij al lid? Van het Filantropisch Vakblad van Nederland?

Word lid!

Dion Wetterhahn en Wilbert van Vliet over commerciële activiteiten en de ANBI-status

11 januari 2016

Regelmatig komen er berichten voorbij dat de ANBI-status van een stichting wordt ingetrokken omdat er sprake is van commerciële activiteiten of een commercieel tarief. Maar een theater mag toch een toegangsprijs rekenen voor een voorstelling? Hoe zit dit nou? Wij vroegen Wilbert van Vliet en Dion Wetterhahn van HVK Stevens Belastingadvies om het voor ons uit te leggen in onderstaand artikel.

door Redactie Vf

Op het beleid van de Belastingdienst inzake commerciële, of liever gezegd bedrijfsmatige, activiteiten valt wel het een en ander aan te merken. Om dat uit te leggen moeten we eerst even terug naar de wijze waarop ANBI’s hun inkomsten werven. De klassieke methode is uiteraard dat ANBI’s hun best doen voor het werven van donaties bij particulieren en bedrijven of het verkrijgen van een subsidie of een legaat.

Maar er zijn ook andere methodes om inkomsten te werven, en dat is om activiteiten tegen betaling te gaan uitvoeren. Deze activiteiten kunnen slechts gericht zijn op fondsenwerving (de eerste categorie) of ze kunnen gericht zijn op het eigen doel (de tweede categorie). Dat past ook helemaal in het overheidsbeleid om goede doelen en cultuur minder afhankelijk te laten zijn van subsidies en hun eigen inkomstenmodel te laten kiezen.

BETAALDE ACTIVITEITEN TER FONDSENWERVING

De eerste categorie behandelt de betaalde activiteiten ter fondsenwerving. Een ANBI kan boeken, bedeltjes of wat voor producten dan ook gaan verkopen ‘voor het goede doel’. De opbrengsten van die verkopen worden dan besteed aan de primaire doelstelling van de ANBI, dus voor ontwikkelingssamenwerking, voor een onderzoek naar een medicijn of voor het onderhoud van monument of kerk. Bij musea valt bijvoorbeeld te denken aan de museumwinkel, maar ook horecaactiviteiten kunnen bedoeld zijn als middel om inkomsten te werven voor het goede doel. Deze werkzaamheden kunnen terecht worden aangeduid als commerciële activiteiten. Commercieel, maar wel met het uiteindelijke doel om geld te verwerven voor het algemeen nuttige doel.

BETAALDE DOELACTIVITEITEN

Een ANBI kan ook gaan nadenken over het vragen van geld voor de eigen hoofdactiviteiten (de ‘core business’). Zij gaat dan feitelijk geld vragen voor werkzaamheden waaraan zij geheel of gedeeltelijk hun bestaansrecht ontleent. Voorbeelden als deze zijn minstens zo oud als de ANBI-regeling zelf: zorginstellingen vragen geld voor de behandeling en musea en theaters verkopen toegangskaartjes voor culturele voorstellingen. Maar er zijn nog meer voorbeelden: een seniorenbus, muziekfestivals, orkesten, dierentuinen, etcetera.

Voorbeeld Seniorenbus

Stichting X heeft tot doel het vervoeren van  ouderen. De ouderen moeten voor de vervoersdiensten een maandelijkse bijdrage van € 4,50 betalen en moeten voor de ritten kaartjes kopen die € 5 per  elf stuks kosten.  Hof ‘s-Gravenhage oordeelt dat de doelstelling en activiteiten van belanghebbende nagenoeg uitsluitend het algemeen belang dienen. Hieraan doet volgens het hof niet af dat de statuten slechts het middel (het verstrekken van vervoer) vermelden waarmee belanghebbende haar doel (het voorkomen van sociaal isolement) wil bereiken. Het argument van de Belastingdienst dat sprake was van activiteiten waarmee in concurrentie werd getreden, deed niet ter zake. De doelactiviteiten werden met behulp van veel vrijwilligers verricht tegen ‘sterk gereduceerd tarief’. Status volgens Gerechtshof: ANBI.

FONDSENWERVENDE ACTIVITEITEN: WEINIG DISCUSSIE

Over de eerste categorie activiteiten bestaat, zeker sinds de Geefwet, weinig discussie meer. Deze activiteiten zijn geen belemmering voor de ANBI-status. Het zijn immers activiteiten die gericht zijn op fondsenwerving. Ze tellen ook niet mee bij de beoordeling van de vraag of een instelling wel voor 90 procent het algemeen nut dient. Voor die toets wordt immers gekeken naar de bestedingen en niet naar de inkomsten.

Uiteraard moet er dan wel sprake zijn van een duidelijk doel waaraan de commerciële inkomsten worden besteed. De besteding aan dat doel moet binnen redelijke termijn geschieden en dat doel moet wel algemeen nuttig zijn. Ook moet heel duidelijk zijn dat deze activiteiten bedoeld zijn als fondsenwerving (zie voorbeeld Wijkcentrum in het kader). Het herbesteden van dergelijke inkomsten in nieuwe commerciële activiteiten, dus in nieuwe activiteiten die gericht zijn op winst, wordt niet toegestaan.

Voorbeeld wijkcentrum

Wijkcentrum X verhuurt ruimten in twee panden, die het zelf tegen zeer lage prijzen huurt van de gemeente. Daarnaast ontplooit X activiteiten die zijn gericht op bevordering van het welzijn van met name kansarme bewoners uit de wijk. Het ging hier duidelijk om twee soorten activiteiten: eigenwelzijnsactiviteiten enerzijds en onderverhuur anderzijds. De Hoge Raad oordeelt dat de welzijnsactiviteiten het algemeen belang dienen. Voor de onderverhuur is niet van belang in welke mate de onderverhuur onder commerciële condities plaatsvindt. Dat was immers fondsenwerving. De instelling kon laten zien dat de resultaten werden aangewend voor de welzijnsactiviteiten. Status volgens de Hoge Raad: ANBI.

Tip die valt af te leiden uit dit arrest: maak heel goed duidelijk (bijvoorbeeld in het beleidsplan én in de jaarcijfers) of een activiteit dient ter fondsenwerving.

BETAALDE DOELACTIVITEITEN: DIVERSE OPVATTINGEN

Op het vlak van de betaalde doelactiviteiten is de situatie minder duidelijk. Mag een ANBI haar core business te gelde maken? Ja, als dat maar niet commercieel gebeurt. Er mag geen sprake zijn van een ‘commercieel tarief’. Een belangrijk fiscaal ijkpunt daarvoor is de staatssecretaris van Financiën, die bij de invoering van de Geefwet toestond dat een ANBI een prijs vraagt voor haar eigen primaire werkzaamheden (doelactiviteiten), mits maar niet tegen commercieel tarief.

Hij bedoelde daarmee: een tarief dat de integrale kostprijs te boven gaat, een winstgevend tarief dus. Kostendekkende of verliesgevende tarieven worden volgens de staatssecretaris dus toegestaan.

THEATER

Tijdens de parlementaire behandeling van de Geefwet gaf de staatssecretaris het voorbeeld van een theater, waarvan de doelstelling was een zo breed mogelijk aanbod van theaterproducties aan te bieden en beginnende cabaretiers een podium te geven. Zo biedt het theater middelgrote theaterproducties aan tegen een prijs die boven de kostprijs ligt, maar het organiseert ook avonden met kleinere producties en voorstellingen van beginnende cabaretiers tegen een prijs die onder de kostprijs ligt, of zelfs gratis toegankelijk zijn.

Alle activiteiten zijn in dit geval gericht op het algemeen belang (in dit geval: cultuur). Het geheel van algemeen nuttige activiteiten leidt tot een verlies en moet worden aangevuld door de subsidie (of door giften). Door de subsidie wordt incidenteel een batig saldo gehaald. Status volgens de staatssecretaris van Financiën: ANBI.

STANDPUNT BELASTINGDIENST

Uiteraard moet zo’n voorbeeld gelden voor alle instellingen die een in de wet opgenomen algemeen nuttig doel nastreven. De Belastingdienst mag de fiscale regels immers niet naar willekeur toepassen. De laatste tijd treedt de Belastingdienst echter steeds strenger op tegen instellingen die betaalde doelactiviteiten verrichten. Bij allerlei instellingen die hun core business tegen een vergoeding verrichten, neemt hij het standpunt in dat zij dat doen tegen een commercieel tarief (zie voorbeeld muziekfestival).

Voorbeeld muziekfestival

Stichting X organiseert eenmaal per jaar een tweedaags festival. De bezoekers betalen een entreegeld dat vergelijkbaar is met dat van de commerciële festivals. Het bestuur en de vrijwilligers van X ontvangen geen vergoeding. X betaalt per vrijwilliger wel een kleine vergoeding aan de plaatselijke verenigingen waar de vrijwilligers lid van zijn. Het eigen vermogen van X is aan het einde van het jaar € 68.000.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het muziekfestival zich richt op cultuur. Vervolgens keek het Hof  of er een commerciële toegangsprijs gevraagd werd. Dit was in deze zaak het geval omdat de prijzen volgens het Hof vergelijkbaar waren met commerciële muziekfestivals. Het oordeel van het Hof was dan ook dat Stichting X de ANBI-status niet toekomt. Hieraan doet niet af dat het in dit geval cultuur (is algemeen belang) betreft.

Dat wordt dan uitgelegd als een tarief dat gebruikelijk is in het economische verkeer. (Mede) om die reden konden een muziekfestival, een cultureel festival, een religieuze uitgeverij en een instelling voor gehandicaptenreizen geen ANBI-status krijgen. En hoewel soms andere argumenten een rol speelden, gaf de rechter de Belastingdienst in deze zaken vooralsnog gelijk. Bij de seniorenbus moest de fiscus echter bakzeil halen (zie voorbeeld seniorenbus). Sommige zaken lopen nog bij de rechter en uiteindelijk zal de Hoge Raad uitsluitstel moeten geven.

Het valt moeilijk vol te houden dat een instelling met verliesgevende tarieven ‘commercieel’ zou zijn

De Belastingdienst wijkt met haar strikte uitleg af van de woorden van haar eigen staatssecretaris uit 2012. Als de fiscus gelijk zou krijgen, dan zou dit verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Zo kunnen grote commerciële partijen hun theater- of muziekproducties immers tegen een relatief lage prijs in de markt zetten en toch, dankzij hun grote volumes, alsnog winst maken. Wanneer de  visie van de Belastingdienst gevolgd wordt, dan zouden ANBI’s (zoals muziekfestivals, zie het kader) ter behoud van hun status gedwongen worden om een lagere prijs te hanteren dan de grote commerciële partijen (zoals commerciële muziekpodia), ondanks het feit dat hun kostprijs per bezoeker veel hoger ligt omdat zij veel kleinschaliger werken.

Gevolg is dat zij meer verliezen maken, die alleen met nog meer giften gecompenseerd kunnen worden. Dit zou een onhoudbare situatie creëren. Zelfs mainstream theaterstichtingen en musea kunnen dan in de problemen komen. Zij hanteren nu tarieven die in het economische verkeer gebruikelijk zijn.

SLOTSOM

Uiteindelijk zal de Hoge Raad duidelijkheid moeten scheppen over de vraag wat een commercieel tarief is. In recente arresten is dat helaas niet gebeurd. Naar onze mening valt het moeilijk vol te houden dat een instelling met verliesgevende tarieven ‘commercieel’ zou zijn. Voor allerlei instellingen, die alleen gratis of tegen zeer lage tarieven activiteiten verrichten, is er uiteraard geen probleem.

Maar mocht een ANBI toch activiteiten tegen betaling gaan verrichten dan geldt de volgende tip: bedenk heel goed waarom je een activiteit tegen betaling verricht of wil gaan verrichten. Zijn het afzonderlijke activiteiten, die bedoeld zijn om winst te maken en die te gaan besteden voor de core business van de ANBI, dan is het toegestaan. Mits je maar altijd duidelijk kan laten zien dat dat ook zo gebeurt. Is het om een bijdrage te vragen van je doelgroep voor je primaire doelactiviteiten, maak er dan geen winst mee en doe dat vooralsnog tegen tarieven die aantoonbaar onder een gebruikelijke prijs liggen.

Het onderscheid tussen de eerste en de tweede categorie is momenteel nog van fundamenteel belang. In de praktijk zijn evenwel nog tal van mengvormen denkbaar. Met de roep om meer ondernemerschap in de sector is het denkbaar dat dit alleen maar zal toenemen. Het zou natuurlijk veel wenselijker zijn als de staatssecretaris zelf een einde maakt aan de verwarring en hij de Belastingdienst opdracht geeft om zijn uitleg uit 2012 gewoon te volgen.

ANBI’s die niet alleen giften ontvangen, maar ook een tarief (onder kostprijs) vragen voor hun core business, hoeven dan niet meer te vrezen voor hun ANBI-status. Er hoeven dan ook geen ingewikkelde discussies met de Belastingdienst gevoerd  te worden over de vraag of een tarief nu ‘gebruikelijk’ is  of niet. ◊

Wilbert van Vliet en Dion Wetterhahn zijn werkzaam bij HVK Stevens Belastingadvies.