Advertentie

MIC: Fondsenwerving met het bereik van social media en het gemak van een betaalverzoekje

VU-onderzoek: maatschappelijke betrokkenheid van Generatie Z

Onderzoek

September 8, 2026

Hoe ziet de maatschappelijke betrokkenheid van generatie Z, geboren tussen 1997 en 2012, eruit? En in hoeverre verschilt die van andere generaties?

René Bekkers overhandigt het eerste exemplaar van Geven in Nederland
2026 aan prinses Laurentien van Oranje.
René Bekkers overhandigt het eerste exemplaar van Geven in Nederland 2026 aan prinses Laurentien van Oranje. © Dag van de Filantropie

by Maartje Orsel, René Bekkers

Resultaten uit VU-onderzoek Geven in Nederland 2026

Onderzoek naar het geefgedrag van generatie Z is schaars. In ‘Geven in Nederland 2020’ deden we eerder onderzoek naar generatieverschillen in geefgedrag. In dit onderzoek hadden we nog te weinig mensen uit generatie Z in de steekproef om betrouwbare conclusies te trekken. In ‘Geven in Nederland 2026’ hebben we extra Gen Z’ers kunnen ondervragen en geven we een voorlopig antwoord op de vraag: wat is kenmerkend voor het geefgedrag en de maatschappelijke betrokkenheid van generatie Z, en hoe verschilt dit van jongeren uit eerdere generaties?

De focus op generatie Z heeft een demografische reden. Generatie Z is de huidige jeugd in de samenleving en zal langzaam de plek innemen van oudere generaties. Maar wat gaat er gebeuren met het geefgedrag als oudere generaties langzaam uit de samenleving verdwijnen? En wat betekent dit voor goededoelenorganisaties?

Onderzoeksopzet

Het onderzoeken van generatieverschillen is complex. Mensen uit oudere generaties, zoals de stille generatie en de babyboomers, geven vaker aan goededoelenorganisaties dan jongere generaties (generatie Z). Maar is dit wel een generatieverschil? En hoe kunnen deze verschillen verklaard worden? Het is mogelijk dat mensen vrijgeviger worden als ze ouder worden. Ook kan het verschil in de financiële situatie van deze twee groepen een rol spelen. Oudere generaties hebben vaker een stabielere financiële basis dan jongeren. Dit zorgt ervoor dat jongeren minder geld hebben om te geven aan goededoelenorganisaties dan oudere mensen. Om een generatieverschil vast te stellen, moeten we mensen in dezelfde leeftijdsfase uit verschillende generaties met elkaar vergelijken. In de Special van het onderzoek Geven in Nederland 2026 hebben we daarom het geefgedrag en de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren - de leeftijdsgroep van 17 tot 27-jarigen - in 2024 vergeleken met jongeren van twintig jaar geleden (2003).

René Bekkers presenteert de bevindingen van Geven in Nederland 2026 tijdens de Dag van de Filantropie (C) Dag van de Filantropie

Verschillen in geefgedrag

Allereerst hebben we gekeken naar hoeveel procent van de jongeren (17-27-jarigen) geeft aan goede doelen op verschillende terreinen, en hoe dit percentage verschilt van het geefgedrag van Nederlanders ouder dan 27 jaar.1 Hierbij hebben we een uitsplitsing gemaakt tussen giften aan religie en levensbeschouwing en goededoelenorganisaties op andere maatschappelijke terreinen. Het percentage van de jongeren dat geeft aan religie en levensbeschouwing is afgenomen tussen 2003 en 2024. In 2003 gaf 25 procent van de jongeren aan religie en levensbeschouwing terwijl dat in 2024 nog maar zes procent is. Hetzelfde beeld zien we bij mensen die ouder zijn dan 27 jaar. In 2003 gaf nog 33 procent aan religie en levensbeschouwing en in 2024 is dat afgenomen tot twaalf procent.

1 De gegevens die we in Geven in Nederland 2026 analyseren hebben uitsluitend betrekking op Nederlanders van Nederlandse herkomst. Helaas hebben we niet voldoende gegevens over Nederlanders van niet-Nederlandse herkomst om ze in de analyses te betrekken. Het gebrek aan gegevens over Nederlanders van niet-Nederlandse herkomst maakt het onmogelijk om de resultaten te generaliseren naar de hele Nederlandse bevolking.

Voor giften op andere maatschappelijke terreinen zien we geen verschil tussen jongeren en Nederlanders ouder dan 27 jaar in 2003. Toen gaf 67 procent van de jongeren en 68 procent van de Nederlanders ouder dan 27 jaar. Twintig jaar later zien we dat deze percentages zijn afgenomen. In 2024 geven minder jongeren aan goededoelenorganisaties dan in 2003 en hetzelfde geldt voor mensen die ouder zijn dan 27 jaar. Opvallend is dat de afname onder jongeren veel sterker is. Van de 17 tot 27-jarigen gaf in 2024 nog maar 32 procent. Van de Nederlanders ouder dan 27 jaar gaf iets meer dan de helft (51 procent).

Gezien de afname van het percentage van de jongeren dat geeft, is het opvallend dat het totaalbedrag aan giften - gecorrigeerd voor inflatie - hetzelfde is gebleven. In totaal gaven jongeren in 2003 47 euro, in 2024 gaven jongeren 44 euro. Het totaalbedrag aan giften op andere terreinen dan religie en levensbeschouwing door mensen die ouder zijn dan 27 jaar is de afgelopen twintig jaar gestegen van 39 naar 75 euro. Onder jongeren zien we geen toename.

Geven in Nederland 2026

‘Geven in Nederland’ is het macro-economisch overzicht van filantropie door huishoudens, nalatenschappen, fondsen, bedrijven en loterijen. Het Centrum voor Filantropische Studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam voert het onderzoek uit sinds 1995. Op 26 juni 2026 kwam de vijftiende editie uit over het geefgedrag in 2024.

Geven in Nederland 2026 beschrijft het landschap van maatschappelijke initiatieven en hoe we die ondersteunen. Het onderzoek brengt de vijf bronnen van vrijwillige bijdragen in kaart (huishoudens, nalatenschappen, fondsen, bedrijven, loterijen) en besteedt aandacht aan elk van de maatschappelijke terreinen die bijdragen ontvangen: religie en levensbeschouwing, gezondheid, internationale hulp, milieu, natuur en dieren, onderzoek en onderwijs, cultuur, sport en recreatie, en maatschappelijke en sociale doelen.

Het volledige onderzoek is online en als boek verkrijgbaar (zie geveninnederland.nl). 

Verschillen in geefgedrag tussen verschillende opleidingsniveaus en religieuze groepen zijn toegenomen

Ons onderzoek naar geefgedrag toont aan dat theoretisch opgeleide en religieuze mensen meer geven aan goede doelen dan onkerkelijke en praktisch opgeleide mensen. Ook onder jongeren is dat zo. Bovendien blijkt dat deze verschillen zijn toegenomen in de afgelopen twintig jaar.

In 2003 bedroeg de gemiddelde gift van een jongere die aangeeft niet kerkelijk te zijn 22 euro. In 2024 was dat veertien euro. Bij protestantse jongeren zien we een groot verschil tussen 2003 en 2024. In 2003 was de gemiddelde gift van een protestantse jongere dertien euro en in 2024 bedroeg het totaalbedrag aan giften 190 euro voor deze groep.

Ook tussen opleidingsniveaus zien we grote verschillen. In 2003 gaf een persoon die het hbo of wo had afgemaakt negentien euro aan goededoelenorganisaties. In 2024 is dit toegenomen tot 81 euro. Mensen die het mbo, havo of vwo hebben afgemaakt gaven in 2003 64 euro, terwijl dat in 2024 is gedaald tot 36 euro. In de afgelopen twintig jaar zijn steeds minder jongeren zich tot een kerkelijke groep gaan rekenen. Tegelijkertijd is het percentage dat een hbo- of wo-opleiding afmaakt toegenomen. Het geefgedrag onder jongeren van nu vertoont sterkere scheidslijnen dan onder de jongeren van twintig jaar geleden. Toen gaven meer jongeren. Nu geeft een kleiner deel, en de jongeren die dat doen zijn vaker kerkelijk en theoretisch opgeleid. Dit heeft als gevolg dat de verschillen in geefgedrag tussen mensen met een theoretisch- en praktisch opleidingsniveau groter zijn geworden. Dit geldt ook voor de verschillen tussen jongeren die zich wel en niet tot een religieuze groep rekenen.

Vrijwilligerswerk

Naast het geven van geld kunnen mensen ook op andere manier bijdragen aan de maatschappij. Een andere vorm van maatschappelijke betrokkenheid is het doen van vrijwilligerswerk.

In 2024 doet 36 procent van de jongeren vrijwilligerswerk. In 2003 lag dit percentage lager (27 procent). 17 tot 27-jarigen doen dus vaker vrijwilligerswerk in 2024 dan jongeren in 2003. Opvallend is dat jongeren die vrijwilligerswerk doen ook vaker en meer geld geven. Deze samenhang tussen vrijwilligerswerk en het geven van geld is sterker in 2024 dan in 2003. Vrijwilligerswerk is dus geen vervanging voor het doen van een gift aan een goed doel. Er is juist meer concentratie: wie in 2024 vrijwilligerswerk doet, geeft ook vaker geld. In 2003 was dat minder zo. Dit patroon is vooral zichtbaar onder theoretisch opgeleide jongeren.

Waarom geven jongeren minder?

Populaire verklaringen voor verschillen tussen generaties bevatten stereotypen over waarden en normen. Uit onze gegevens blijkt dat die geen eenvoudige verklaring zijn voor de verschillen in geefgedrag. Er zijn weinig verschillen in opvattingen over goed doen of goede doelen tussen de generaties. Zo geeft circa twintig procent van de mensen, ongeacht tot welke generatie ze behoren, aan dat iedereen zou moeten doneren aan goede doelen. Ook in het vertrouwen in goededoelenorganisaties zien we nauwelijks verschillen tussen generaties.

We hebben wel aanwijzingen gevonden dat de minder rooskleurige financiële situatie van de jongeren een verklaring biedt. Jongeren hebben nu minder vaak een eigen huis dan twintig jaar geleden. Hiermee kunnen we in statistische analyses een deel van de verschillen verklaren.

Andere wetenswaardigheden

Het onderzoek naar de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren binnen Geven in Nederland 2026 heeft echter nog meer interessante wetenswaardigheden. Zo blijkt dat:

  • Milieubewuste overtuigingen van generatie Z komen niet altijd overeen met het gedrag: jongeren vliegen vaker en recyclen minder dan oudere generaties.
  • Jongeren uit generatie Z zijn minder vaak politiek actief dan Nederlanders uit de stille generatie, babyboomers en millennials.

Wat kunnen fondsenwervende organisaties met deze inzichten?

Een kleine groep jongeren geeft aan goede doelen. Diezelfde jongeren dragen ook vaker bij door middel van andere vormen van maatschappelijke betrokkenheid. Fondsenwervende goededoelenorganisaties weten het overgrote deel van de huidige jongeren, generatie Z, niet te bereiken met overtuigende geefvragen.

We hebben in het onderzoek geen magische oplossing gevonden die jongeren bij het werk van goededoelenorganisaties kan betrekken. Maar het is wel duidelijk dat er geen mentaliteitsprobleem is onder jongeren dat ervoor zorgt dat ze minder financieel bijdragen. Omdat traditionele fondsenwervingsmethodes bij een groot deel van de jongeren niet goed werken zullen goededoelenorganisaties nieuwe manieren moeten vinden om jongeren bij hun werk te betrekken.

Op de Vakdag fondsenwerving, op 24 september in het Beatrix Theater in Utrecht, zijn de onderzoekers van Geven in Nederland aanwezig om te bespreken wat de algemene resultaten van Geven in Nederland 2026 kunnen betekenen voor de praktijk.

--

Een versie van dit artikel stond eerder in Vakblad fondsenwerving, jaargang 28, nummer 3, dat in augustus 2026 verscheen.

Meer over Vrijwilligerswerk Geven in Nederland René Bekkers Geefgedrag Centrum Filantropische Studies Vrije Universiteit VU Amsterdam Wetenschappelijk onderzoek Gen Z Generatie Z Maatschappelijke betrokkenheid Vf 28-3 Maartje Orsel

René Bekkers

Gastauteur

Prof. dr. René Bekkers is directeur van het Centrum voor Filantropische Studies en hoogleraar Filantropie aan de afdeling Sociologie aan de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam. Zijn onderzoek naar pro-sociaal gedrag omvat een multidisciplinair perspectief op de determinanten en gevolgen van giften aan goededoelenorganisaties en vrijwilligerswerk, en over bijdragen aan non-profitorganisaties en hun maatschappelijke impact.

Maartje Orsel

Gastauteur

Maartje Orsel is onderzoeker en datamanager van het project ‘Geven in Nederland’ aan het Centrum voor Filantropische Studies, afdeling Sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze doet onderzoek naar geefgedrag onder huishoudens en fondsen. Ook richtte zij zich in ‘Geven in Nederland 2026’ op de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren (Generatie Z).

Wekelijksenieuwsbrief

Vond je dit een goed verhaal? Wil je meer van dit soort artikelen automatisch in je mailbox? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief 👇

Close