Advertentie

Advertentie

Advertentie

Van der Steur wil bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen wettelijk regelen

15 juni 2016

Minister wil duidelijker in de wet aangeven wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van bestuurders en commissarissen bij een vereniging, stichting, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij.

Ard van der Steur
Ard van der Steur © EU2016NL

door Redactie Vf

Er is de afgelopen jaren steeds meer aandacht voor de kwaliteit van bestuur en bestuurders van non-profitorganisaties. Nu wil ook minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) duidelijker in de wet aangeven wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van bestuurders en commissarissen bij een vereniging, stichting, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij. Hij heeft een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend.

Doel is het bestuur en toezicht bij deze rechtspersonen te verbeteren. ‘Als het voor bestuurders en toezichthouders duidelijker is wat er van hen wordt verwacht, kunnen zij beter op hun prestaties worden afgerekend en wordt het eenvoudiger slecht functionerende bestuurders en toezichthouders te vervangen’, aldus de minister. 

Ook komt er een basisregeling voor de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders die hun werk niet naar behoren doen, ook in geval van faillissement. Voor onbezoldigde bestuurders van niet-commerciële verenigingen en stichtingen wordt een uitzondering gemaakt en gelden soepelere regels. Van der Steur wil voorkomen dat vrijwilligers zich bijvoorbeeld niet meer als bestuurder van een buurtvereniging of sportclub inzetten. 

Goede doelen

De regeling is niet alleen van belang voor verenigingen en stichtingen in de zorg, het onderwijs en de volkshuisvesting, maar bijvoorbeeld ook voor goede doelen. Het wetsvoorstel sluit onder meer aan bij de aanbevelingen van de Commissie Behoorlijke Bestuur, onder voorzitterschap van mevrouw F. Halsema, om de kwaliteit van bestuur en toezicht bij instellingen in de semipublieke sector te verbeteren.
 
Van der Steur: 'Er wordt onder meer vastgesteld dat bestuurders en toezichthouders niet mogen meebeslissen over een onderwerp waarbij zij een tegenstrijdig belang hebben. Dit moet voorkomen dat een persoonlijkbelang wordt gediend en niet het belang van de stichting. Verder wordt het mogelijk behalve bestuurders ook toezichthouders van een stichting door de rechter te laten ontslaan. Ontslag door de rechter is in bepaalde gevallen nodig, omdat stichtingen geen leden of aandeelhouders hebben die het bestuur en de toezichthouders in de gaten kunnen houden. Ook worden de gronden van het ontslag verruimd. Zo kunnen bestuurders en toezichthouders van een stichting op verzoek van het openbaar ministerie of belanghebbenden worden ontslagen vanwege verwaarlozing van hun taak.'