Advertentie

Advertentie

Advertentie

Open brief zomer 2014

Opinie

1 januari 2014

Maarten de Vries is voormalig directeur van Wilde Ganzen en redacteur van Vakblad fondsenwerving. Deze brief is eerder per e-mail verspreid en redactioneel iets aangepast aan de inmiddels verstreken tijd. Maarten schreef deze brief op persoonlijke titel.

door Maarten de Vries

Beste collega's en andere betrokkenen,

Ruimte voor Geven was de titel van het convenant dat wij in 2011 als filantropische sector afsloten met de overheid. Die titel gaf aan waar wij samen met overheid naar toe wilden: een samenleving waarin de rol van de filantropie de aandacht zou krijgen die ze verdiende. De overheid zou maatregelen nemen om de vrijgevigheid te bevorderen, de sector zou verder bouwen aan groter publieksvertrouwen en samen zouden we overleggen over bijzondere aandachtsvelden of nieuwe ontwikkelingen.

We zijn nu zo ver om een tweede stap te zetten en het convenant te verlengen. Het is net als bij democratiseringsprocessen: niet de eerste maar de tweede verkiezingen zijn van belang. Zonder die tweede stap is het over en uit. Maar uiteindelijk gaat het wel om de knikkers en niet om het spel.

Twee zaken spelen nu een essentièˆle rol. In de eerste plaats de aftrekbaarheid van giften. Hoewel er nog onduidelijkheid is over belastingwijzigingen en ideeèˆn rondom de vlaktaks, komt de aftrekbaarheid van giften vast wel weer aan de orde. Dit keer moet zelfs gevreesd worden dat het niet tot die aftrekbaarheid beperkt wordt. Mogelijk worden zelfs andere fiscale verworvenheden van de filantropische sector ter discussie gesteld, zoals de vrijheid van belastingen op vermogensinkomsten van stichtingen en de aftrekbaarheid van giften voor het bedrijfsleven.

Tegelijkertijd zijn er nog steeds betrokkenen in onze sector die een validatiestelsel algemeen en wettelijk verbindend willen verklaren voor de hele sector. Hoewel ik een groot voorstander ben van transparantie en goede verslaggeving, vind ik het niet opportuun om deze kwestie nu samen met de overheid te regelen.

In de eerste plaats omdat we nog geen gelijke meningen hebben over dit stelsel. Als iets de laatste tijd gebleken is, is dat het wel. In de tweede plaats constateer ik dat de politiek nauwelijks heeft gereageerd op de voorstellen van de commissie-De Jong.

In mijn ogen moeten we daarom nu de gelederen gesloten houden en de discussie over het validatiestelsel naar een later tijdstip tillen. Wij moeten eerst prioriteit geven aan het veilig stellen van de fiscale voordelen voor de filantropische sector. Een eventuele algemeenverbindendregel over een validatiestelsel heeft ook alleen maar zin als de fiscale voordelen blijven bestaan.

Ik begrijp de emoties die verbonden zijn met dit validatiestelsel. Sommigen hebben hun ziel en zaligheid ermee verbonden. Zij zullen teleurgesteld zijn over uitstel. Anderen ruiken nieuwe kansen en zullen boos worden als die door uitstel worden gemist. Sommigen zullen opgelucht ademhalen, want zij vrezen grote bedreigingen op het gebied van besteding: nog meer kosten door nog meer regels.

De politici vrezen wellicht een Poolse landdag en zouden kunnen gaan denken: dan maar geen nieuw convenant, dan maar fiscale wetgeving, zonder verdere afstemming met de filantropische sector. We moeten er nu voor kiezen om pas op de plaats te maken. Eerst moet het verdwijnen van de fiscale aftrekbaarheid van tafel. Met het convenant Ruimte voor Geven en het vervolg daarop, moeten we de filantropie in Nederland de plek te geven die zij verdient. Dat mogen we niet verloren laten gaan.

Het spel rondom een tweede convenant is belangrijk. Moge die stappen worden gezet met een royale verzekering over het voortbestaan van onze fiscale knikkers. Dat geeft Ruimte voor Geven.

Hartelijke groet,

Maarten de Vries