Fotocredit:
Zending over Grenzen

Vrachtwagens vol voor Zending over Grenzen

Gepubliceerd op: 24 september 2018
 

Je focust op het buitenland, maar dan toch ook in eigen land het verschil kunnen maken. Zending over Grenzen lukt het elk jaar weer beter met de inzamelingsactie na de retailvakbeurs PLMA in de RAI. Door een bijzondere samenwerking met de Stichting i.o. Buitengewoon Almere, werd de actie ook lokaal een groot succes. 

Directeur Peter van der Bijl weet het nog goed, in 1995 verzamelde zijn goede doel Zending over Grenzen een kwart vrachtwagentje vol bij de PLMA-beurs (Private Label Manufacturers Association) in de RAI. ‘Als dat het al was. We begonnen er toen mee omdat een van onze medewerksters contacten had met een standhouder. Die vertelde dat er na de beurs veel werd weggegooid. Toen zijn wij het komen halen.’

Vijf vrachtwagens vol

Dit jaar reden ze bij de beurs weg met vijf volle vrachtwagens. Op deze retailvakbeurs presenteren internationale producenten food en non-foodproducten aan de Nederlandse markt. Op 29 en 30 mei stonden de 2600 standhouders in de RAI. Het waren er zo veel dat ze niet eens in de hallen pasten en er speciale tenten voor het gebouw waren opgezet. Veel van de producten – variërend van brood, worst en zuivel tot groenten, slagroomtaarten en chips, eigenlijk alles wat je in de supermarkt kan vinden en meer - willen de producenten niet weer mee terugnemen naar het thuisland. Een uitgelezen kans voor een goed doel om in te springen.

Logistieke operatie

‘Al vergt dat wel een geweldige organisatie’, vertelt Klaas Aalbers, relatiemanager Bedrijven bij Zending over Grenzen en trekker van het project. ‘De standhouders vertrekken en dan moet de RAI razendsnel leeg.

Deels omdat de RAI dat wil, deels omdat het ook om bederfelijke producten gaat die goed gekoeld moeten blijven. Hiervoor stonden we vanaf woensdagavond klaar. We brachten ter plekke vast een scheiding aan: het kort houdbare, iets langer en lang houdbare werd van elkaar gescheiden. Hierna werd het zo snel mogelijk ingepakt en afgevoerd. Dit was mede mogelijk dankzij de logistieke middelen die lokale bedrijven ons ter beschikking hadden gesteld, namelijk: 5 vrachtwagens door een logistiek bedrijf, 150 fruitkisten door een teler uit de polder, 30 palletwagens en 4 heftrucks. Ook stelden twee organisaties een sorteercentrum beschikbaar voor de volgende fase van het project.’

‘De samenwerking met de gemeente Almere maakte het dit jaar extra bijzonder’

De producten werden namelijk op drie verschillende locaties gesorteerd, ook weer met hulp van vrijwilligers. Op de ene plek werd van de verse producten, geselecteerd door een aantal professionele koks, maaltijden gemaakt voor minima in Almere. Zo kon voor het eerst tijdens de actie ook het minst houdbare eten uitgedeeld worden. Op een andere plek werden met de iets langer houdbare producten boodschappentassen en dozen met eten gemaakt, ook voor in Almere. De meest houdbare items werden ingepakt voor Oost-Europa, het normale afzetgebied voor Zending over Grenzen. Klaas: ‘Over drie dagen verdeeld hebben we de hulp gehad van maar liefst 375 vrijwilligers, nooit eerder waren dat er zoveel bij deze actie. Het was een logistieke operatie van jewelste die alleen maar mogelijk was met de hulp van organisaties uit Almere, kerken, buurthuizen en stichtingen die dit jaar meededen.

Inladen van vrachtwagen voor Zending over Grenzen

 

 

 

Samenwerking gemeente Almere

Het was die samenwerking die de actie dit jaar extra bijzonder maakte. Zending over Grenzen werkte voor het eerst samen met Buitengewoon Almere, een suborganisatie van de gemeente. In dit samenwerkingsverband werken verschillende Almeerse bedrijven en zorginstanties samen om voedseloverschotten te verwerken tot gezonde maaltijden voor mensen met een laag inkomen in Almere. Peter: ‘Hun doel paste bij het onze. Ons wordt namelijk vaak gevraagd waarom we zo actief zijn in Oost-Europa terwijl er in Nederland ook zoveel arme mensen zijn. Ook in Almere, waar wij gevestigd zijn. Tot nu toe ging minder lang houdbaar eten altijd naar een Bijbelschool in Zeist. Ook een fantastisch doel natuurlijk, maar we konden het nog dichter bij huis zoeken. Dankzij hun infrastructuur lukte het ook om in twee dagen tijd het minst houdbare eten onder minima in Almere te verspreiden in de vorm van een maaltijd en de rest in goed gevulde boodschappentassen en dozen met eten. Daarnaast konden we door de samenwerking meer vrijwilligers dan ooit werven. Ze kwamen via de kerken, via de sociale onderneming Tomingroep, via ons eigen netwerk. Niet eerder hebben we op één project met zoveel vrijwilligers gewerkt.’

De uitdagingen

Zo’n vruchtbare samenwerking is natuurlijk mooi, maar er zitten ook haken en ogen aan. ‘Omdat het de eerste keer was, was het heel erg zoeken’, stelt Peter. ‘Wie gaat wat betalen, wie stopt waar hoeveel tijd in. Ook dat is een investering.’ Daarnaast kan zo’n grote actie, die met het jaar groter wordt, een flinke wissel op je stichting trekken. Klaas: ‘Dit is natuurlijk niet onze core business. Het is een grote actie die we één keer per jaar doen. Of eigenlijk twee keer, ook sinds een paar jaar met de Huishoudbeurs en de Negenmaandenbeurs, al gaat het dan meer om non-foodproducten. We zien het dus ook als een hoogtepunt in ons jaar. We steken er allemaal veel tijd in. In weekopeningen proberen we collega’s ook al van tevoren bij de actie te betrekken. Zo zijn meer collega’s bereid om ook als vrijwilliger een steentje bij te dragen.’

Het aansturen van zulke grote aantallen vrijwilligers was een grote uitdaging in dit project. Klaas: ‘Een belangrijk leerpunt voor mij was dit jaar: maak afspraken en vlieg het aan als een ‘gewoon’ project. Ook al doen mensen dit vrijwillig, het is belangrijk dat iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Zeker omdat we zo snel moesten werken. Ook onze partners in Oost-Europa begrepen niet altijd dat dit een bijzondere actie was. Eén collega daar vroeg of we de spullen niet twee weken eerder konden sturen. Dat komt doordat ze in Oost-Europa allemaal zomerkampen hebben en daar kwam het eten nu bijna te laat voor. Dan moet je toch uitleggen dat zo’n beurs helaas niet twee weken eerder begint voor ons.’

Bron van nieuwe fondsenwerving

Peter omschrijft de actie als een win-win: ‘Iedereen is happy. De beurshouders komen van over de wereld helemaal naar Amsterdam en maken veel kosten. Nu laten ze hun spullen met een gerust hart achter omdat ze weten dat het goed terechtkomt. De RAI vindt het leuk dat wij helpen opruimen, bovendien geeft het hun een groen imago. De gemeente Almere behaalt haar doelstellingen en wij kunnen heel veel mensen blij maken.’ Zending over Grenzen heeft ook op meerdere vlakken baat bij de actie. Ten eerste is het een kans om de naamsbekendheid te vergroten. Klaas: ‘We doen ons best om in de media te komen. Maar dat kost tijd om te organiseren. Dit jaar waren we wel onder andere op omroep Flevoland te zien en te horen bij de Groot Nieuwsradio. Al is dat laatste wel voor een deel gericht op de eigen achterban. Toch plukken ze er lokaal de vruchten van. Door de samenwerking met Buitengewoon Almere zijn nu meer bedrijven bekend met ons als goed doel. Die kunnen we nu bij volgende acties, maar ook voor fondsenwerving sneller benaderen.’

De waarde zit ook in het contact met de 2600 bedrijven

Ten tweede zijn de contacten die de stichting via de beursorganisatie legt van grote waarde voor de fondsenwerving. Klaas: ‘De actie levert ons niet directfinancieel iets op. We moeten ook zelf kosten maken. De monetaire waarde zit vooral gevangen in de producten die naar Oost-Europa gaan. Voor ons zit de waarde ook in het contact met de 2600 bedrijven die bij de beurs aangesloten zijn. Veel van die bedrijven weten wel dat er een goed doel is dat ervoor zorgt dat hun overgebleven spullen goed terechtkomen, maar ze mogen daar na de beurs altijd wel even aan herinnerd worden. Zij kunnen ons doel natuurlijk ondersteunen met goederen zoals na de beurs, maar ook met geld.’

De gunfactor

Peter vult aan: ‘Daarnaast hebben we door onze samenwerking tijdens de beurs bij veel van die bedrijven een gunfactor. Als wij laten weten dat we geïnteresseerd zijn in hun restpartijen, weten we dat ze ook aan ons zullen denken. We merken dat nu al, laatst had een groot bouwbedrijf dat zijn logo veranderde voor 60.000 euro aan kleding met het oude logo voor ons. Het ging om jassen, truien, broeken en bodywarmers. Dat heeft onder bedrijven ook een doorlopend effect, zeker als we er ook mee in de publiciteit staan achteraf en laten zien wat we met hun spullen hebben gedaan. Er wordt nog te veel weggegooid dat nog heel goed bruikbaar is.’

Klaas Aalbers & Peter van der Bijl

Reacties uit het veld

Vanuit Oost-Europa kwamen zoals ieder jaar weer heel positieve geluiden over de actie. Klaas: ‘Daar zijn de echt wat langer houdbare producten als pasta, blikgroenten, rijst, chips en ook huishoudelijke middelen heengegaan. Daar horen we van onze collega’s dat men er heel blij mee is.’ In Almere kon de stichting het met eigen ogen zien. Klaas: ‘Je ziet gewoon dat bedrijven, organisaties en een hele hoop vrijwilligers, door samen te werken op een gegeven moment een tas eten of een maaltijd aan mensen kunnen geven. En dan, hoe cliché ook, is het heel dankbaar om te zien hoe blij mensen daarmee zijn. Van het hele project ben ik trouwens onder de indruk. Van tevoren is het gewoon onvoorstelbaar dat je vijf hele vrachtwagens met eten gaat vullen. En dat je dan vervolgens in drie dagen tijd met zo veel vrijwilligers al dat werk verzet. Dat vind ik mooi. En onze vrijwilligers gelukkig ook, want ze riepen allemaal: ‘Volgend jaar weer.’ Als het aan ons ligt: absoluut.’

Opbrengsten 

Over Zending over Grenzen

Leveranciers